Boominspectie: Onderzoek op bomen

Gepost op 28/06/2014
Geschreven door Wouter Crucke
Categorie: Bomenadvies

Moderne meetmethoden

In een stedelijke omgeving, in landgoederen en buitenplaatsen vervullen bomen een belangrijke rol als beeldbepalend element. Daarnaast zijn ze ook belangrijk in ecolo¬gisch, sociaal en zelfs economisch opzicht.
Bomen vormen een potentieel risico voor de omgeving, met name voor mensen en gebouwen. Net daarom vereisen ze continue zorg en dat begint al bij het scheppen van optimale groeiomstandigheden om tot volwassen exemplaren uit te groeien. En dat is moeilijker dan je zou denken want de statistieken, (ja, het is mijn stokpaardje :-)  ) tonen aan de bomen in onze stedelijke gebieden amper een gemiddelde leeftijd van 14 jaar bereiken. Bomen zullen tijdens de groei nochtans alles in het werk stellen om zich aan te passen aan de omgeving, een stevig wortelgestel te groeien, goed hout te maken en een gezonde kroon te ontwikkelen. De boom bezit zelfs natuurlijke afweermiddelen tegen parasieten, schimmels en reparatiemogelijkheden bij beschadiging. Maar de omstandigheden maken het vaak moeilijk.


In dit artikel bespreek ik 5 onderzoeksmethoden:

  1. VTA of visual tree assessment (visuele beoordeling op basis van uiterlijke kenmerken)
  2. Resistograaf of boorweerstandsmeter
  3. Trekproef of boomtrekproef
  4. Tomografie of interne weefselscan
  5. Treetronic, EIT - Electric impedance meter

 

Visual Tree Assessment (VTA)

Om de conditie, vitaliteit en stabiliteit van bomen te bewaken moeten de bomen periodiek gecontroleerd worden. Om dat te doen beroept men zich vaak op een VTA of de zogenaamde Visual Tree Assessment. Een methodiek om een visuele controle uit te voeren op bomen.
Een VTA is door de jaren heen een vaak gebruikte methode geworden voor de kwaliteitsbewaking van bomen. Als de VTA uitgevoerd wordt door ervaren en deskundige boomverzorgers is het een methode die op eenvoudige manier blootlegt wat de visueel herkenbare problemen zijn waar de boom, op het moment van opname, mee te maken heeft. Met eenvoudige hulpmiddelen kan een opgeleide boomverzorger een Visual Tree Assessment snel uitvoeren. Een checklist en pen en papier zijn in principe voldoende. Als er wat meer specifieke zaken worden opgemerkt dan kan de boomverzorger eventueel gebruik maken van de

klophamer om holten op te sporen, een prikstok om de kwaliteit van hout te testen, de diepte van een gat of holte in boom of inrotting te bepalen.

Bij de (VTA) wordt een boom beoordeeld op vitaliteit en groeigedrag. Criteria zijn oa: de ontwikkeling van de kroon en de bladontwikkeling; de aanhechting van de takken (denk aan bijv. plakoksels); lengte/dikte verhouding; de kwaliteit van de stam en stamvoet; aanmaak nieuw hout (groeischeurtjes); aanwezigheid van wonden, al dan niet met callusvorming of reactiehout; dode takken; inwatering bij afgebroken takken; holten en inrotting; schimmels op de stam, de stamvoet of rond de boom; loslaten van de schors of vlekken of scheuren; eventuele scheefstand van de boom; de bodemtoestand: verhoging of scheuren in de grond.

VTA is voornamelijk een visuele beoordelingsmethode van de boom en kan snel en zonder gespecialiseerde apparatuur uitgevoerd worden. Tenminste, mits de juiste opleiding en noodzakelijke voorkennis van bomen om bepaalde zaken te herkennen aan het uiterlijk van de bomen. Het is een techniek die vaak gevraagd wordt door openbare besturen, gemeenten, steden, agentschap voor wegen en verkeer, … . De methode is snel en budgetvriendelijk maar heeft net daardoor ook ernstige beperkingen, daarover later meer. Voor de meeste bomen is deze methode toereikend, maar soms is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Daarom zijn de laatste jaren steeds meer moderne hulpmiddelen ontwikkeld die de beheerder of boomverzorger helpen bij een diagnosestelling. Hoewel diagnosestelling niet het juiste woord is. Het zijn eerder onderzoeksmethoden die de aard en/ of de ernst van het gebrek, ziekte of aantasting aantonen. Ze geven geen diagnose die een verband legt tussen het probleem dat zich voordoet en de oorzaak die vaak aan een gebrek (al dan niet mechanisch, fysiologisch of biologisch van aard) voorafgaat.
Een betere analyse kan tot gevolg hebben dat risicovolle bomen tijdig verwijderd worden enerzijds maar anderzijds het kan ook betekenen dat bomen langer kunnen worden behouden: meten is immers weten! Het laatste aspect is van primordiaal belang omdat risicomijdend gedrag nogal eens voorkomt en bomen ten onrechte gekapt worden. Om nog maar te zwijgen van het misbruik dat soms gemaakt wordt van de aanwezigheid van bvb schimmels of zwammen op bomen om ze onder het mom van veiligheid te kunnen verwijderen. Niet iedereen ziet mijn groene vrienden even graag en op dat moment kan zulke meetapparatuur het noodzakelijke bewijs leveren. Voor mij is van de belangrijkste factoren hierin dat zulke metingen een wetenschappelijke basis kennen en dat ze de subjectiviteit uit het onderzoek halen. Het gebeurt maar al te vaak dat ik een onderzoek moet uitvoeren nadat al enkele boomsnoeiers de revue gepasseerd zijn en dat er drie of vier totaal uiteenlopende rapporten op tafel liggen. En dat toont meteen aan dat het allemaal veel te subjectief benadert wordt. Daarom heb ik zelf een methodiek ontwikkelt die weliswaar gelijkenissen vertoont met de VTA maar op verschillende vlakken veel dieper gaat. Onze BoomFitAnalyse stelt ons in staat om het oorzakelijk verband te leggen en dat is volgens mij noodzakelijk als we tot een juiste diagnose en oplossing willen komen.

 

Meetapparatuur voor bomen

Met bepaalde elektrische/ elektronische meetapparatuur is het mogelijk om het interne weefsel van stam en wortels te onderzoeken. Ik wil er een aantal behandelen/ beschrijven waarbij ik de nadruk zal leggen op de ontwikkeling van de geluidstomografie of picus tomografie.

 

De resistograaf

De resistograaf is een gemakkelijk hanteerbaar gereedschap dat op de stam, wortels of takken gebruikt wordt. Het is een soort van boormachine waarbij met een boor van 1,5 of 3 mm een gaatje geboord tot maximum 50 cm diep. De weerstand die de boor tijdens het boren ondervindt is een maat voor de kwaliteit van het hout. Maw, hoe groter de weerstand, hoe harder het hout. De resultaten worden met een schrijfnaald weergegeven op de bijgeleverde grafiek, zie foto. Een nadeel aan deze methode is dat het een invasief karakter heeft, het maakt gaten! Door het ontstane boorgat kunnen immers schimmels binnendringen. Zolang het gat niet groter is dan 3 mm kan de boom dit in zijn weefsel wel onmiddellijk afsluiten maar dan heb je nog steeds maar 1 meting. En als je een realistisch zicht wil krijgen op de binnenkant van de boom dan zal je véél gaten moeten boren … . Zowel rondom de stam als op verschillende hoogten. De resistograaf is goedkoop: ca € 2000.

De resistograaf werd onder andere gebruikt bij de Anne Frank boom in Amsterdam. En die ligt al een paar jaar tegen de grond.

 

  • Voordelen van de resistograaf:
    • relatief goedkope apparatuur
  • Nadelen:o Eén boring geeft een zeer beperkt beeld
    • Invasief karakter ( je moet gaten in de stam boren)
    • Verouderde methodiek

 

De trekproef

De trekproef is een methode om het kiepgedrag of kantelgedrag van de wortelkluit te kunnen bepalen. Deze methode is ontwikkeld om een inzicht te krijgen in de kwaliteit van de verankering van het wortelgestel van de boom. De prijs voor de nodige apparatuur bedraagt al snel 20.000€. Eén van de grondleggers van deze methodiek is oa. Dr Shigo (2008a, 2008b); Sinn (2003) en Wessoly & Erb (1998). Bij hun onderzoeken hebben zij tientallen bomen getrokken met een toenemende kracht (met een kabel aan de top van een boom) tot wanneer de bomen uiteindelijk omver kantelden. Uit het gedrag van de boom zijn tijdens deze testen specifieke eisen ontstaan waaraan een gezonde boom moet voldoen. Maw, wat weerstaat een gezonde en stabiele boom. Eén van deze parameters is dat bij 40% van een druk (door bvb de wind) of trekbelasting (normaliter windkracht ‘orkaan’) de boom niet meer dan 0,25° (graden) mag afwijken van de normale lijn. Een andere is dat de kiepkracht de minimale kracht is die gedurende een bepaalde tijd nodig is om de boom om te laten kiepen of om te doen vallen. Een door de wind gevallen boom is door ‘windworp’ letterlijk gevloerd. De boom wordt in uitzonderlijke gevallen tot maximaal 0,5° uit het lood getrokken. Bij een grotere hellingshoek ontstaat er onherroepelijk wortelschade.
Voordat een trekproef wordt uitgevoerd is een verzameling gegevens nodig. Het gaat hierbij om

  • de boomhoogte
  • de hoogte waar de trekkabel in de boom wordt gehangen
  • de afstand van het ankerpunt tot de boom
  • de hoogte van de onderkant van de kroon
  • de dichtheid van de kroon
  • de vorm van de kroon
  • dichtheid van de lucht
  • situering in het landschap
  • en de windsnelheid.


Normaliter wordt windsnelheid ‘orkaankracht’ ofwel 120 km/u aangehouden maar deze kan aangepast worden wanneer de omstandigheden dat vereisen om een correct beeld van de situatie te krijgen.
Op de wortelvoet wordt een dubbele hellingshoekmeter of inclinometer bevestigd die zowel de horizontale als de verticale bewegingen registreert met een nauwkeurigheid van 0,001°. Als er holten in de stam zijn of andere zaken die wijzen op een verzwakking van de stam dan kan de buigratiometer uitkomst bieden. Deze meet, afgestemd op de juist boomsoort, inzicht op de buigzaamheid van het hout. Wanneer waarden afwijken van de referenties in de software kan dat wijzen op een ernstige mechanische verzwakking. Na het starten van de meting wordt de trekkabel met behulp van een lier of tirefort rustig op spanning gebracht tot wanneer we een 40% belasting van windsnelheid ‘orkaankracht’ simuleren. Op de trekkabel zit ook een krachtmeter die 10 keer per seconde de trekkracht registreert. Deze registratie van de meetgegevens gedurende de proef worden in een tabel gezet. De curve die ontstaat word vergeleken met een tweede curve die een referentie is voor de veiligheid met een marge van 40%. Als het goed is ligt deze lijn onder de windworpcurve en veiligheidsmarge van 140%. De trekkabel wordt na de proef rustig ontspannen waarna de boom weer in ruststand komt. Als een boom niet meer in ruststand komt is dit een signaal dat de kwaliteit van het wortelgestel te wensen overlaat. Een ernstig nadeel van deze methode is dat er grote krachten op de boom en zijn wortelgestel uitgeoefend worden. Krachten dewelke de bedoeling hebben om orkaankracht te benaderen of te simuleren. Net daar kan de vergelijking niet gemaakt worden omdat, zelfs een orkaan, de belasting altijd tijdelijk is terwijl een trekproef een zeer constante kracht uitgeoefend op eenzelfde punt gedurende een bepaalde tijd. De trekproef is bijgevolg niet vergelijkbaar. Wat niet betekent dat een meting met de trekproef onbruikbaar is, integendeel. De proef kan en wordt in gezet

om de stabiliteit te meten met overwegend goede resultaten maar ik geloof dat de marges van bomen veel groter zijn dan wat trekproeven soms aangeven.

 

  • Voordelen:
    • een relatief betrouwbare methode om de stabiliteit van de kluit te meten
  • Nadelen:
    • Dure methode: naast het dure materiaal moet je ook nog eens met 2 mensen zijn om de proef uit te voeren.
    • Na te bouwen: er zijn trekproeven op de markt die zogenaamde eigen ontwikkelingen zijn maar geen wetenschappelijke basis kennen. De uitslagen van deze proeven wijken soms ver af van de geijkte proeven. De resultaten hiervan spelen in het nadeel van de beproefde bomen. Zo werden de bomen in de begijnhoflaan als uiterst onstabiel bestempel in 2012. Zelfs na de vele en intense stormen in de winter van 2013-2014 ging geen enkele van de 64 bomen tegen de vlakte.

 

Geluidstomografie

Reeds verschillende jaren is er een ontwikkeling gaande om een totaalbeeld te produceren van het inwendige van de boom. Met de oorspronkelijke impulshamer werden al geluidsgolven opgewekt, maar de verkregen informatie was zeer beperkt of zelfs misleidend. Een Duitse firma Argus Electronic heeft een geluidstomograaf ontwikkeld en geproduceerd, de ‘Picus tomograaf‘. De firma Rinntech bouwde de ‘Arbotom’. De basisprijs bedraagt circa € 14000, wil je het bereik vergroten of meer diepgaande metingen doen dan kan het oplopen naarn 25.000 tot 30.000€. Beide systemen werken volgens hetzelfde principe. Afhankelijk van de omtrek van de boom worden tot 12 meetsensoren rond de boomstam gehangen die zowel signalen kunnen zenden als ontvangen. Een nagel (0,8-2 mm diameter) wordt in de boom geslagen tot aan de buitenste jaarring waardoor een zeer beperkte beschadiging gebeurt waar geen enkele boom last van heeft. Het is wel belangrijk om telkens andere te gebruiken als je wil vermijden dat je schimmels van de ene naar de andere boom overbrengt. De onderlinge afstand tussen de nagels wordt nauwkeurig gemeten met een meetlint of met een speciaal gereedschap ( de Calliper ) en in de computer ingevoerd. Hiermee wordt de exacte vorm en omtrek van de boom bepaald. Met een hamertje wordt op de nagels geslagen waardoor een ultrasone geluidsgolf wordt opgewekt in een frequentie van 50-200 Khz. Het principe van het systeem is dat geluidsgolven door gezond en/of hard hout een hogere snelheid hebben dan door aangetast en/ of zachter hout, dus is de geluidsnelheid een maat voor de houtdensiteit en dus ook de kwaliteit van het hout. Met behulp van software is het mogelijk om een tweedimensionaal of zelfs een driedimensionaal beeld van de stamdoorsnede op te bouwen en deze op een scherm af te beelden in een kleurcode. Vaak wordt er gesteld dat de kleuren van een tomografie je vertellen wat er nu gezond of ongezond hout is. Bij ‘Picus’ staat bruin voor gezond hout, groen is begin van aantasting, van paars naar blauw is toenemend (zwaar) aangetast of hol. De ‘Arbotom’ gebruikt een andere kleurcode – rood bijvoorbeeld staat voor slecht hout. Maar zo eenvoudig is het helaas niet want dat is het punt waarop het ook fout loopt. Het vertelt enkel iets over het verschil in de gemeten snelheden en zegt eigenlijk weinig over de gezondheid van het hout. Een uitstekende kennis over hout, bomen en aantastingen is noodzakelijk alsook een goed inzicht in de meetapparatuur en hoe geluidsgolven zich gedragen bij dergelijke metingen in hout.
Zo is bvb één van de moeilijkheden bij het geluidstomogram dat wanneer zich een holte in de boom bevindt, de geluidsgolven zich daaromheen buigen waardoor de afgelegde tijdsduur van zender naar ontvanger verandert. Interne barsten of breuken in de stam beïnvloeden het resultaat; laterale, stervormige of zelfs ringvormige scheuren (Ringshake of Ringbreuk) in de lengteas kunnen een sterk vertekend beeld geven. De aanwezigheid van een holte of breuk kan dus als gevolg hebben dat het getoonde tomogram niet helemaal representatief is voor de werkelijkheid.
Er werden verschillende vergelijkende testen uitgevoerd waaronder een (onafhankelijke) test op 12 Prunus serotina. Met de Picus geluidstomograaf werden metingen genomen op drie hoogten van elke stam. De bomen werden nadien geveld en op dezelfde plaatsen van de metingen werd telkens een 5 cm dikke schijf uitgezaagd. Hiervan werd de hardheid gemeten en daarna vond vergelijkend onderzoek plaats tussen de schijf en het verkregen tomografisch beeld. De conclusies waren dat:

  • bij een slechte of rotte kern het tomogram een positiever beeld toonde dan de werkelijkheid.
  • dat bij breuken in het hout het tomogram een negatiever beeld gaf
  • en dat bij een breuk in de lengteas van de stam in ring-vorm (ringbreuk) een sterk negatief beeld getoond werd.

Toch waren de onderzoekers sterk onder de indruk van de resultaten van de ‘Picus tomograaf’: bij (redelijk) gezonde bomen, mits zonder inwendige scheu¬ren, werd een bijna fenomenale nauwkeurigheid van 89 % behaald!
Een ander Amerikaans testrapport op een Quercus rubra met een grote interne breuk, werd eveneens vastgesteld dat geluidstomografie moeite heeft met het onderscheiden tussen houtkwaliteit en interne breuken.


De producenten van de apparatuur zijngeheel op de hoogte van de tekortkomingen en men heeft de voorbije jaren verder gewerkt aan de verbetering van de apparatuur. Steeds verfijnder software en verbetering van de apparatuur heeft geleid tot de zogenaamde ‘crackdetection’ ofwel vaststellen – en weergeven – van de positie van breuken. Vroeger was het aantal meetpunten beperkt tot 12 maar sedert vorig jaar kan je het aantal metingen bijna onbeperkt opvoeren en dus ook de dikste bomen ter wereld meten. Met behulp van de ‘Electronic Hammer’ kan het aantal metingen en daarmee de nauwkeurigheid opvoeren bij gelijkblijvend of zelfs minder sensoren. Tegelijkertijd wordt door de fabrikant onderkend dat voor een juiste diagnosestelling meer meetgegevens met andere middelen nuttig kunnen zijn.

  • Voordelen:
    • Metingen met een zeer hoge nauwkeurigheidsgraad (tot 89%)
    • Goede ondersteuning door de fabrikanten
    • Alles wordt geleverd in superdegelijke koffers
  • Nadelen
    • Hoge kostprijs
    • Lange leerfase, het is een complex systeem (maar misschien is dat eerder een voordeel?)
    • Een eenvoudige meting is snel gemaakt maar even snel verkeerd geïnterpreteerd. DDe helft van eht werk zit in de interpretatie van de resultaten. Daardoor zijn dumpingprijzen voor dergelijk onderzoek in de markt waardoor de eigenaar van de boom bedrogen uitkomt. Het "papiertje" levert een resultaat maar eigenlijk is het geschreven in codetaal die bijgevolg fout gelezen kan worden.

 

Treetronic of Electric Impedance Tomogram

Om het meten van de impedantie mogelijk te maken is de ‘Treetronic’ ontwikkeld waarbij een elektrische stroom tussen meetpunten van de picus tomograaf wordt gevoerd. Door meten van de elektrische weerstand (impedantie) worden gegevens gemeten over de vochtigheidsgraad van het stam- of wortelhout. Vochtig hout heeft een namelijk een geringere weerstand en zorgt er vooral voor dat het resultaat van de picus geluidsmeting versterkt of net tegengesproken wordt. Het geeft waardevolle aanvullende informatie over het type schade in een boom, zoals schimmels of degraderend hout. De techniek is al langer bekend. Omstreeks 1970 werd hiervoor de ‘Shigometer’ in Engeland ontwikkeld, maar was technisch nog ontoereikend om goede resultaten te geven. Argus4 is er in geslaagd om door toepassing van meerdere elektrodes het vochtgehalte van de totale doorsnede van de stam in kaart te brengen. Het resultaat van de metingen met de ‘Treetronic’ is het Electric Impedance Tomogram, beter bekend als EIT. Visueel lijkt het resultaat van de tomogram op dat van de geluidstomogram. De ‘Treetronic’ die overigens ongeveer 5000€ kost (als je de meetsensoren van de picus tomograaf al hebt!) heeft als bijkomend voordeel dat er ook metingen aan ondergrondse wortels kunnen gedaan worden tot maximum 15 à 20 cm onder het maaiveld.

  • Voordelen:
    • Een verrijking op de picus tomografie meting
    • Eenvoudig te installeren
    • Werkt snel
  • Nadelen
    • Zonder de meetsensoren van de picus tomograaf is het niet bruikbaar

 

Deze moderne ontwikkelingen zijn een zegen voor het bereiken van een bepaalde maat van objectiviteit in onderzoek op bomen. Het zijn, met uitzondering van de resistograaf - onmisbare hulpmiddelen geworden in het hedendaags onderzoek op bomen. De vaststelling van de kwaliteit van het hout van stam en wortels zijn een zeer nuttig instrument bij risicoanalyse van bomen.
Zowel de fabrikanten als wetenschappers (en ik bij deze ook) benadrukken dat de gebruikers zeer goede kennis moeten hebben van de apparatuur en de software en dat voor analyse van de verkregen meetgegevens een grondige kennis van de biologie en de fysiologie van de boom en van afbraakprocessen en gedrag van de boom vereist is. Per boomsoort zijn er specifieke verschillen, ook in de registratie van meetgegevens. Er bestaat her en der nog enige scepsis ten aanzien van de betrouwbaarheid van deze metingen maar dit komt vooral voor bij de niet-gebruikers. Dat is alleen maar een prikkel.

Het " gezond boerenverstand" kan absoluut niet op tegen deze complexe apparatuur maar je hebt het uiteindelijk wél nodig voor een goede interpretatie en eventuele verbandlegging tussen de vastgestelde problemen en de oorzaak. Voor dat laatste zal niet snel een apparaat voor handen zijn en daar maken wij dan ook het verschil. Wouter Crucke - Bomenarchitect.

Slot

Ik heb in dit artikel niet alle apparatuur behandeld want er zijn er nog een aantal en dan wordt mijn artikel nóg langer dan het als is. We hebben nog onze grondradar, de IML Microhamer, de fractometer en de (PAM) fluorometer. Deze komen misschien aan bod in een volgend artikel.

Hopelijk heb je hier wat kunnen opsteken. Als je denkt mij nodig te hebben voor een onderzoek van uw bomen dan kan je ons zowel telefonisch als per mail bereiken, de gegevens vind je op mijn contactpagina.

 Onderzoek nodig? Klik hier voor een grondige diagnose.

Lees meer over:


Reacties op dit artikel

Beste Cees,

Op uw eigenlijk vraag: "hoe zeker kun je er van zijn dat de boom niet omvalt bij de volgende storm" kan ik makkelijk antwoorden. Niet. Niemand kan hierover 100% zekerheid bieden en het zou niet slim zijn dat te doen. Een kraan kan omvallen, auto's hebben ongevallen, zelfs de zelfrijdende auto's van Tesla :-).
Wat wel kan is de situatie controleren en monitoren, zodoende een realistisch beeld van de huidige situatie te vormen. Ik kan wel aanraden om jaarlijks, naast de controlemeting, tegelijk een prognose (met bvb een gausscurve) te maken op basis van alle voorgaande metingen. Op die manier kan je een klein beetje in de toekomst kijken en een voorzichtige voorspelling maken door de curve door te trekken naar het volgende jaar.

Eventueel kan men - op het potentiƫle gevaar in te dijken - de boom en/ of grote delen van de kruin, verankeren. Zo kan aanzienlijke schade vermeden worden.

met vriendelijke groeten
Wouter Crucke - De Boomdokter;

Gepost op 12 juli 2016 door Wouter Crucke - De Boomdokter

Beste Wouter,

Ik woon in een oude straat in Amsterdam Watergraafsmeer.
Tegenover mijn huis staat een bijna 90 jaar oude omvangrijke Pluimiep die tekenen van verrotting toont.
In 2014 is een Picus meting verricht, waarbij een asymmetrische verrotting werd aangetoond van 44%. In een meting van 2009 was dit nog 27%.
"Er wordt geadviseerd om jaarlijks te keuren.
Gezien de standplaats in combinatie met de hoogte bestaat er een verhoogde kans op stambreuk. Vooralsnog is echter ingeschat(!) dat dit risico in de praktijk niet hoog is omdat er voldoende gezond hout aan de trekzijde (belastingzijde) aanwezig is. Op basis van het beloop van de aantasting is een jaarlijkse monitoring gewenst" (quote).
Welnu, men besluit de boom te laten staan en ieder jaar te herkeuren. Nu wil het geval dat er in de straat afgelopen zomer, tijdens de storm, meerdere bomen zijn omgewaaid. De bewoners in de directe omgeving van de grote iep maken zich ernstig zorgen. Immers het risico is geen absoluut gegeven maar een schatting op basis van een niet geheel betrouwbaar onderzoek. Er zijn tijdens de zomerstorm vorig jaar in Amsterdam meerdere bomen gesneuveld, vele hiervan in de zelfde leeftijdscategorie als de iep in onze straat.
Mijn vraag is: hoe zeker kun je er van zijn dat de boom niet omvalt bij de volgende storm. Immers als dit gebeurd zal er mogelijk ernstig letsel danwel dodelijk etsel bij passanten en buurtbewoners kunnen optreden. Bovendien zal er ernstige schade aan de omringende gebouwen optreden.
Wat is uw mening?

Met vriendelijke groeten,

Cees de Vries

Gepost op 29 juni 2016 door Cees de Vries

Reageer op dit artikel

(wordt niet weergegeven op de website)


Artikel is geschreven door: Wouter Crucke

Zaakvoerder, gecertificeerd European Treeworker, Bomenarchitect én opiniemaker. Als bomenarchitect zorgt Wouter Crucke ervoor dat bomen goed terecht komen. Hij is de rechterhand van studiebureaus of (landschaps)architecten en de drijvende kracht achter het innovatief karakter van Vartago.

Wouter Crucke